Krayenhofflaan 24, 6541 PT Nijmegen

Bodemverontreiniging

geconstateerd

De status van de verontreiniging is per locatie verschillend. Het kan zijn dat de verontreiniging al is gesaneerd of dat dit nog moet gebeuren, eventueel na nog meer onderzoek. In sommige gevallen is sanering niet nodig. Omdat iedere situatie een toelichting vergt is de status niet opgenomen.

Bodemonderzoek

Bureau
Tauw Milieu bv
Datum
30-0-9--19
Locatie
Oude Weurtseweg 9
Rapport
1587/R3387674.T02/JBD
Soort
Saneringsplan
Conclusie
Conclusies: in totaal moet 740.000 m3 greondwater worden onttrokken.
Bureau
Tauw Milieu bv
Datum
30-0-6--19
Locatie
Oude Weurtseweg 9
Rapport
0228/R3148297.J01/BJP
Soort
Nader onderzoek
Conclusie
Hypothese is niet gesteld. Zintuiglijke waarnemingen: plaatselijk zijn puin, slakken, scherven, hout, kooldeeltjes, sintels, metaal, koperresten, kopergroen, verf, piepschuim, roest, glas, stenen en de geur van oplos- en bestrijdingsmiddelen waargenomen. Resultaten: Grond: ter plaatse van de bedrijfsterreinen van Van Mameren en Otten zijn (plaatselijk) concentraties koper, kwik, arseen, lood, chloorfenolen, chloorpesticiden, chloorhoudende oplosmiddelen aangetroffen die de C-waarden overschrijden. De PAK-gehalten overschrijden plaatselijk de B-waarden en de gehalten aan aromaten de A-waarden. De signaalwaarde voor dioxines wordt 6,2 maal overschreden op een deel van het terrein van Van Mameren. De gemeten concnetraties dioxines van omliggende terreinen zijn lager dan de signaalwaarden. Grondwater: de concentarties chloorhoudende oplosmiddelen, chloorfenole, chloorbenzenen en chloorpesticiden liggen plaatselijk boven de C-waarden. Daarnaast zijn verhoogde gehalten minerale olie (> B-waarde) en aromaten (> A-waarde) geconstateerd. Conclusies en aanbevelingen: de aangetroffen ernstige verontreinigingen vormen mogelijk een risico voor de volksgezondheid en het milieu. Risico's voor de volksgezondheid kunnen zowel optreden door direct contact met verontreinigde grond als door consumptie van gewassen. Het risico voor het milieu bestaat met name uit verspreiding van verontreinigingen naar bedreigde objecten (bijvoorbeeld het drinkwaterpompstation Nieuwe Marktstraat). In verband met deze risico's wordt aanbevolen een saneringsonderzoek uit te voeren.
Bureau
Haskoning
Datum
28-0-2--19
Locatie
Voorstadslaan Nijm. IJzergieterij
Rapport
2787/GE/330/04
Soort
Nader onderzoek
Conclusie
Een hypothese wordt niet gesteld. Zintuiglijke waarnemingen: er worden in het rapport geen zintuiglijke waarnemingen genoemd. Grondwater: Het grondwater van het voormalige terrein van de Nijmeegse IJzergieterij aan de Voorstadslaan te Nijmegen is tot 20 m.-mv verontreinigd met zink, lood, ammoniak, fenolen, tetrachlooretheen en minerale olie. De C-waarden worden een enkele maal overschreden (peilbuis 1: fenolen, peilbuis 2: lood, peilbuis 5: ammoniak en minerale olie; maart 1894). Latere bemonsteringen (dec. 1986) geven aan dat in het grondwater in de peilbuizen 7a (3m+NAP), 7b (3m-NAP) en 7c (16m-NAP) de C-waarden voor tetrachlooretheen en 1,1,1 trichloorethaan worden overschreden. Conclusies: - de drinkwatervoorziening Nieuwe Marktstraat (Kronenburgerpark) kan na 25 jaar of langer door de geconstateerde verontreinigingen bedreigd worden. - Omdat het grondwater mogelijk ook in noordelijke richting kan afstromen, kan de kwaliteit van het grondwater dat ten noorden van het terrein wordt opgepompt negatief beïnvloedt zijn of worden. Door gebruik van dit water voor menselijk gebruik of voor beregening van voedselgewassen worden contactmogelijkheden geschapen. - De in boring 8 aangetroffen verontreinigingen zijn op basis van de gegevens van maart 1984 van andere herkomst. Aanbevelingen: - Vooralsnog is het niet noodzakelijk over te gaan tot sanering van het grondwater omdat de aangetoonde verontreiniging geen bedreiging vormt voor de drinkwatervoorziening Nieuwe Marktstraat gezien het feit dat deze verontreinigingen in de zuiveringsinstallaties verwijderd worden. Wel verdient het aanbeveling grondwateronttrekkingen in de directe omgevnig van het terrein en ten noorden ervan de inventariseeren en op geregelde tijden te bemonsteren en analyseren op de aangetoonde verontreinigingen. Bij aantonen van de verontreinigingen zal bezien moeten worden of het noodzakelijk is de onttrekking te beëindigen, danwel te saneren. - Om de ontwikkeling van de kwaliteit van het grondwater op het terrein zelf in de tijd te volgen, verdient het aanbeveling de peilfilters van boring 7 regelmatig te bemonsteren en te analyseren. - Bemonstering van het bovenste freatisch grondwater m.b.t. de resltaten van de herbemonstering van peilbuis 7. - Herbemonstering van peilbuis 8 ter bevestiging van de olieverontreiniging op grote diepte. - Omdat in de directe omgeving meerdere gevallen van bodem- en grondwaterverontreiniging bekend zijn en de geohydrologische situatie complex is, wordt aanbevolen in de gemeente Nijmegen de grondwateronderzoeken te bundelen tot 1 project. Op deze wijze kan optimaal inzicht worden verkregen in de omvang en mate van grondwaterverontreiniging in deze gemeente een en ander in combinatie met andere uitgevoerde bodemonderzoeken in het kader van de drinkwaterwinning Kronenburgerpark (Nieuwe Marktstraat). Voorgesteld wordt een actualisering uit te voeren m.b.t. de kwaliteit van het grondwater in alle nu bekende peilbuizen en per watervoerend pakket deze concentraties in kaart te brengen.
Bureau
Tauw
Datum
27-0-3--20
Locatie
Oude Weurtseweg 9
Rapport
2522/3905950
Soort
Sanerings evaluatie
Conclusie
In-situ sanering Het in-situ systeem heeft gefunctioneerd vna de start van de grondwatersanering in 1997 tot oktober 1998. Middel bodemlucht onttrekking is circa 35 kg aan chloorhoudende oplosmiddelen verwijderd. In 1998 is op basis van de analyse resultaten in overleg met de opdrachtgever besloten tot stopzetting van de bodemuchtextractie. Grondwatersanering. Met de deepwells is in de periode 1997 tot januari 2002 totaal 1.03.384 m3 grondwater ontrokken. Hiermee is meer ontrokken dan gepland in het saneringsplan. Het verontreinigings gebied is naar inschatting circa 15 keer doorgespoeld. In totaal is 40.93 kg aan chloorhoudende oplosmiddelen verwijderd. De concentraties in het grondwater zijn van 1998 tot 2000 sterk gedaald. Vanaf 2000 lijkt de grondwatersanering te stagneren. De concentraties liggen nog niet beneden de streefwaarde. De stagnatie wordt waarschijnlijk veroorzaakt door nalevering van verontreiniging vanuit de bodem onder het Van Marmeren gebouw welke nog niet gesaneerd is. Voortzetting van de grondwatersanering wordt mede hierom niet effectief geacht. Om enig gevoel te krijgen welke concentraties verwacht kunnen worden na het eventueel stopzetten van de grondwatersanering is een inschatting gemaakt van de restconcentratie in de grond op basis van de bodemluchtconcentratie. Aan de hand hiervan wordt verwacht dat de concentraties in het grondwater niet veel verder zullen stijgen dan circa 200 ug/l aan totaal CKW. Geadviseerd wordt de grondwatersanering sop te zetten en de restverontreniging te monitoren volgens het monitoringsprogramma. Indien de verontreiniging zich buiten het bereik van deepwell 1 dreigt te verspreiden wordt geadviseerd om deepwell 1 tijdelijk weer aan te zetten om hiermee de restverontreiniging verder te beheersen.
Bureau
O. de Ruiter Milieutechniek
Datum
24-0-6--19
Locatie
Krayenhofflaan 32
Rapport
1522/R98.095
Soort
Verkennend onderzoek NVN 5740
Conclusie
Hypothese wordt verworpen. Zintuiglijke waarnemingen: puin. Resultaten: Bovengrond: ter plaatse van het parkeerterrein (MM1) overschrijden de gehalten koper, kwik, PAK en minerale olie de S-waarde en de gehalten lood en zink de T-waarde. Ter plaatse van de kas (MM2) overschrijden de gehalten koper, lood, zink en PAK de S-waarde. Ondergrond: het loodgehalte overschrijdt de S-waarde. Grondwater: de concentraties chroom en tetrachlooetheen overschrijden de S-waarde. Conclusies en aanbevelingen: nader onderzoek is niet nodig.
Bureau
Tauw
Datum
22-0-1--19
Locatie
Oude Weurtseweg 9
Rapport
2757/R02_3635538D
Soort
Sanerings evaluatie
Conclusie
Na de grondsanering waarbij voor zover mogelijk alle verontreinigingen zijn verwijderd is een in situ grond en grondwater sanering opgestart op de achtergebleven verontreinigingen te verwijderen. Uit de rapportage blijkt dat de concentraties afnemen en dat delen van het systeem uitgeschakeld zijn. Aanbevolen wordt: Aangezien in het influent van de zuivering nog verhoogde gehalten aan drins (0,09 ug/l) en tri (12 ug/l) worden gevonden wordt aanbevolen de zuivering nog een aantal maanden te laten draaien. geadviseerd wordt om in de eerste 6 maanden van 1999 het in en effluent van de zuivering intensiever te monitoren. Zodra het influent aan de lozingseis voldoet zal, na overleg met het zuiveringschap de zuivering stopgezet worden. Na het stopzetten zal ter controle nog een volledige peil en bemonsteringsronde plaatsvinden. In overleg met de opdrachtgever zal bepaald worden of het project kan worden afgesloten. Bij de grondsanering is nabij de timmerfabriek (Vak C6) een kleine restverontreiniging achtergebleven. Om te controleren of deze gedurende de in-situ sanering is verwijderd wordt voorgesteld om ter plaate van de restverontreiniging een boring te plaatsen en deze te laten analyseren op chloorhoudende oplosmiddelen.
Bureau
Tauw
Datum
19-1-1--19
Locatie
Oude Weurtseweg 9
Rapport
2756/R01_3635538D
Soort
Sanerings evaluatie
Conclusie
In deze tussenevaluatie van 1998 wordt de grondwatersanering geevalueerd voor wat betreft de periode april tot en met augustus 1998. Op 1 april is, na overleg met het waterschap Rivierenland, de bemonsteringsfrequentie verlaagd naar 1 maal per twee maanden. Van 1 april tot en met 28 april bestond het ontrekkingssysteem uit 4 deepwells en twee onttrekkingsdrains (2 en 3). Van 28 april tot en met 17 juli bestond het ontrekkingssysteem uit drie deepwells en twee onttrekkingsdrains (1 en 2). Vanaf 17 juli tot eind augustus bestond het onttrekkingssysteem uit twee deepwels en 1 bodemlucht ontrekkingsdrain (2). De concentraties dalen. Aanbevelingen: In bodemluchtontrekkingsdrain 2 stijgt de concentratie weer. In bodemluchtfilter 2 en 3 is wel een afname van de concentratie gemeten, maar de gemeten gehalten zijn nog steeds verhoogd. Voorgesteld wordt om de bodemluchtontrekkingsdrain 2 door te laten draaien en bij een volgende bemonsteringsperiode het verloop van de concentraties na te gaan; na het uitzetten van luchtontrekkingsdrain 3 zijn er in de mf 5 tot en met 8 met de PID geen verhoogde concentraties meer gemeten. Geadviseerd wordt dan ook om bodemluchtonttrekkingsdrain 3 uit te laten; het stopzetten van deepwel 3 had tot doel een stagnante zone tussen deepwel 2 en 3 op te heffen. Op dit moment zijn te weinig gegevens beschikbaar om te controleren of dit inderdaad werkt. Wel kan gesteld worden dat de concentraties in peilbuis 429 (tussen deepwell 2 en 3) zijn toegenomen in de diepe filters. Aanbevolen wordt om de peilbuizen tussen deepwel 2 en 3 frequenter te monitoren zodat het effect van het stopzetten van deepwell 3 gecontroleerd kan worden.
Bureau
MTI milieutechnologie
Datum
14-1-2--19
Locatie
Krayenhofflaan
Rapport
0999/00216.M0674.A0/brief
Soort
Verkennend onderzoek NVN 5740
Conclusie
Er is geen hypothese gesteld. Zintuigelijke waarnemingen: - Resultaten: Bovengrond: de gehalten aan PAK en minerale olie overschrijden de S-waarde. Ondergrond: - Grondwater: - Conclusies en aanbevelingen: -
Bureau
Tauw Milieu bv
Datum
12-0-5--19
Locatie
Oude Weurtseweg 9
Rapport
1506/R3635538.D01
Soort
Sanerings evaluatie
Conclusie
Conclusies: de concentraties chloorhoudende oplosmiddelen in het grondwater nemen duidelijk af. Uit het grondwater is nu in totaal 20 kg. chloorhoudend oplosmideel verwijderd. In de bodemlucht zijn de concentraties vrijwel overal tot beneden de detectiegrens gedaald. Hier is in totaal 35 kg. chloorhoudend oplosmiddel verwijderd. De sanering duurt voort.
Bureau
Tauw
Datum
01-0-2--20
Locatie
Oude Weurtseweg 9
Rapport
2755/R002/3270799/HMM/D01
Soort
Sanerings evaluatie
Conclusie
In deepwell 3 en 4 worden geen verontreinigingen in het effluent meer gemeten. Deze zijn stopgezet. De gehalten aan chloorhoudende oplosmiddelen zijn in bijna alle peilbuizen gedaald, of gelijk gebleven. In enkele peilbuizen zijn de gehaltes aan chloorhoudende oplosmiddelen zelfs sterk gedaaltd. IN enkele peilbuizen is de concentratie juist gestegen In de directe omgeving van Deepwell 1 lijkt de grondwatersanering te stagneren. Dit wordt mogelijk veroorzaakt door een restverontreiniging in de bodem ter plaatse. Aanbevelingen Geadviseerd wordt om de grondwatersanering intensiever te gaan monitoren. Het streven is de sanering in 2000 af te sluiten. Naar verwachting zal het grondwatersanneeringssysteem nog maximaal 12 maanden doorlopen. In deze periode wordt geadviseerd periodiek de kwaliteit van het te lozen grondwater te controleren. IN overleg met het zuiveringsschap Rivierenland en de provincie Gelderland zal dan besloten worden de grondwatersanering af te sluiten. Om mogelijke verdere stagnering van de grondwatersanering te voorkomen wordt geadviseerd het ontrekkingsregime aan te passen. Voorgesteld wordt om deepwell 2 stop te zetten en alleen met deepwel 1 te gaan onttrekken. Het debietvan deepwel 1 zou dan verhoogd kunnen worden tot circa 700 m3/dag Ter controle van de bodemluchtkwaliteit wordt geadviseerd om de bodemlucht nogmaals te bemonsteren. Mochten opnieuw dudelijk verhoogde waarden worden geanalyseerd wordt aanbevolen om de bodemluchtontrekingsdrain tijdelijk weer in werking te stellen. Geadviseerd wordt meer inzicht te verkrijden in achtergrondwaarden van chloorhoudende oplosmiddelen in grondwater in directe omgeving van de locatie. Dit onderzoek kan vervolgens meewegen in de beslissing te stoppen met de grondwatersanering. Nadat de grondwatersaneirng gestopt is wordt geadviseerd een eindbemonstering uit te voern waarbij ok de bodemlucht nogmaals gecontroleerd wordt. Aan de hand van de resultaten van de eindbemonsteringsronde kan in overleg met de opdrachtgever besloten worden het project af te sluiten.

Verdachte bodemlocaties

A.H.H. WEIJTENS brandstoftank (ondergronds)

  • 337_NSANOG1460_22.pdf
  • 337_NSANOG1576_81.pdf
  • _Historisch_onderzoek_337.pdf
  • _Historisch_onderzoek_337.pdf

FORTIER, A.J.P. auto- en motorensloperij

  • 337_NSANOG1460_22.pdf
  • 337_NSANOG1576_81.pdf
  • _Historisch_onderzoek_337.pdf
  • _Historisch_onderzoek_337.pdf

FORTIER, A.J.P. motorfietsenhandel

  • 337_NSANOG1460_22.pdf
  • 337_NSANOG1576_81.pdf
  • _Historisch_onderzoek_337.pdf
  • _Historisch_onderzoek_337.pdf

FORTIER, A.J.P. oudpapiergroothandel

  • 337_NSANOG1460_22.pdf
  • 337_NSANOG1460_22.pdf
  • 337_NSANOG1576_81.pdf
  • 337_NSANOG1576_81.pdf
  • _Historisch_onderzoek_337.pdf
  • _Historisch_onderzoek_337.pdf
  • _Historisch_onderzoek_337.pdf
  • _Historisch_onderzoek_337.pdf

RIDDER, A.C. DE autoreparatiebedrijf

  • 337_NSANOG1460_22.pdf
  • 337_NSANOG1576_81.pdf
  • _Historisch_onderzoek_337.pdf
  • _Historisch_onderzoek_337.pdf